Zorgnetwerken in de regio's

Thea Heeren en Albert van Esterik

Zorgnetwerken in de regio's

VDH Executive publiceert interviews met bestuurders uit de geestelijke gezondheidszorg.

De inspiratie voor deze gesprekken vinden wij in de bijna onmenselijke eisen die tegenwoordig aan bestuurders worden gesteld. De bestuurder wordt geacht het baken te zijn in tijden van afnemende zekerheid en wetmatigheden. De (financiŽle) druk en verantwoordelijkheid nemen toe.
’Het handhaven van de koers’ is niet meer voldoende, relatieve rust en stabiliteit zijn weg.
Denk aan de eisen die bijvoorbeeld gesteld worden aan stijl, flexibiliteit en veranderbereidheid, maar ook aan het kunnen maken van duidelijke harde keuzes.
Leven met onzekerheid is de nieuwe norm.

In de gesprekken staat de vraag centraal: hoe gaat een bestuurder hiermee om?
Wij gingen op zoek naar antwoorden op deze vraag en ook naar de verschillen in de antwoorden van bestuurders.

Het onderstaande interview is met Thea Heeren en Albert van Esterik, de raad van bestuur van GGz Centraal, bestuurders in het veranderend ggz-landschap.

Zorgnetwerken opbouwen in de regio’s


Het zorglandschap in de geestelijke gezondheidszorg verandert. De landgoederen vol paviljoens met klinische bedden verdwijnen langzaam maar zeker uit het zorglandschap. De zorg wordt georganiseerd dicht bij de cliŽnt, thuis en in de wijk. Met een sterke ambulante zorg, een belangrijke rol voor huisartsen en wijkteams en meer regie voor de cliŽnt.
Hoe staan Thea Heeren en Albert van Esterik, bestuursleden van GGz Centraal, in dit nieuwe zorglandschap? Wat is hun stip op de horizon?

‘We hebben vanuit GGz Centraal een meerjarenbeleidsplan gemaakt tot 2018, veel verder kun je ook niet kijken’, zegt Thea, naast bestuurder ook psychiater. ‘In 2005 zagen we vooral personeelstekorten opdoemen. Nu, tien jaar later, verplaatst de zorg binnen GGz Centraal zich van klinische opnames naar ambulante ondersteuning en is dit niet meer aan de orde. In 2005 was niet te voorzien dat dit zo’n vlucht zou nemen.’

Transities
‘Toen Symfora en Meerkanten in 2010 opgingen in GGz Centraal hebben we de organisatie van onze zorg in de regio’s neergelegd’, zegt Albert. ‘Dit beleid sluit naadloos aan bij de transities die daarna volgden. In de regio’s gebeurt het, daar worden netwerken opgebouwd. Met gemeenten, huisartsen en andere eerstelijnszorg, mensen van de ggz-basiszorg, wijkteams, wijkagenten, met iedereen die dicht bij de cliŽnt staat. Onze directies in de regio’s zitten aan tafel bij de ketenpartners, cliŽntenorganisaties en gemeenten. Zij hebben tot taak bruggen te slaan en draagvlak te creŽren voor de nieuwe aanpak. Daarmee is de cliŽnt geholpen.’

Draagvlak
Aan dat draagvlak mankeert het soms. Als zich een incident voordoet met iemand met psychische problemen, schiet de maatschappij nog snel in een oude reflex: dan klinkt de roep om een snelle klinische opname. ‘We moeten dan eerst kijken of we bijvoorbeeld de ambulante zorg vanuit het betrokken FACT-team kunnen opschalen’, vindt Thea. ‘In het algemeen kijken we nu eerst of het probleem binnen de eigen kring op te lossen is. De huisarts en praktijkondersteuner ggz kunnen hierbij ondersteuning bieden. Zij beoordelen of dit voldoende is of dat meer ondersteuning nodig is. Als meer nodig is, kunnen ze kiezen voor basis-ggz of specialistische zorg van GGz Centraal.’

Ook binnen de ggz moeten medewerkers soms wennen aan de veranderingen binnen het zorglandschap. Binnen de muren van de kliniek is de zorg goed en veilig. Het is dan soms eng om iemand ‘te laten gaan’. Albert: ‘Om deze omslag gemakkelijker te kunnen maken, is het belangrijk echt goede ambulante voorzieningen beschikbaar te hebben.’

Compliment
GGz Centraal volgt de landelijke ontwikkelingen, loopt hierin zelfs voorop. ‘We kregen recent nog een compliment van ťťn van de verzekeraars’, vertelt Thea. ‘Zo wordt bijvoorbeeld in Flevoland al ruim 15 jaar ingezet op zo min mogelijk bedden en goede afspraken in de keten om de zorg zo lang mogelijk ambulant te geven. Bovendien kijken we naar de zorgbehoefte per regio. In regio Flevoland is bijvoorbeeld andere zorg nodig dan in de regio Gooi en Vechtstreek. Zo zijn problemen met daklozen, verslaving en werkloosheid typische grotestadsproblemen. De ene regio heeft hier meer mee te maken dan de andere. In de regio’s wordt daarom de vraag gesteld: welke zorg is hier nodig en hoe kunnen we dit het beste samen organiseren. Hier ligt een belangrijke rol voor de regiodirecties.’

Dichtbij en deskundig
In het meerjarenbeleidsplan van GGz Centraal zijn ‘dichtbij’ en ‘deskundig’ twee kernbegrippen. De zorg dicht bij de cliŽnt organiseren, maar ook als zorgverlener naast de cliŽnt staan. En tegelijk ervoor zorgen dat de geboden hulp van specialistisch niveau is. ‘Bepaalde specialistische zorg kun je natuurlijk niet in elke wijk aanbieden’, aldus Albert. ‘Dit geldt bijvoorbeeld voor intensieve deeltijdbehandeling en behandeling met ECT.’

Bedreigingen
Is er boven het ggz-landschap dan geen vuiltje aan de lucht? Nou nee, bedreigingen zijn er ook. De ggz ziet zich gesteld voor forse bezuinigingen en het gevaar bestaat dat de goede intenties van het nieuwe beleid verloren gaan door bezuinigingen en nieuwe schotten in de zorg, bijvoorbeeld tussen verzekerde zorg en voorzieningen van de gemeenten. Thea: ‘We moeten ervoor waken dat iedereen op zijn eigen eilandje bezig is en de cliŽnt geen bruggen ziet. Daarom is het opbouwen van netwerken zo belangrijk. Ook ICT kan hierbij een belangrijke rol spelen. Zo kan een dossier dat beheerd wordt door de cliŽnt en voor betrokken hulpverleners toegankelijk is via een digitaal platform, een goed middel zijn om dreigende versnippering tegen te gaan.’

Stip op horizon
Wat is voor de beide bestuurders in deze wereld van verandering de stip op de horizon? Albert: ‘Ik zie graag dat iedere betrokkene met dezelfde focus rond de cliŽnt bezig is. Dat bijvoorbeeld een wijkagent de contactpersoon van het FACT-team belt als hij ziet dat bij een cliŽnt de gordijnen al drie dagen dicht zijn. ’

‘En dat we oog hebben voor de ťchte zorgvraag van de cliŽnt’, vult Thea aan. ‘Natuurlijk moeten we de psychische klachten zo goed mogelijk behandelen, maar belangrijker is dat de cliŽnt ondanks zijn aandoening een leven kan leiden zoals hij dat wil, midden in de samenleving, veilig en zonder stigma. Daarvoor is bij gemeenten en overheid een politieke visie nodig die dit ondersteunt, zodat hulpverlening, woningbouw, UWV en wijkteams de krachten bundelen om voor alle burgers een leefbare samenleving te creŽren.’

Wij bedanken Ben Tekstschrijver voor deze tekst.
Voor contact met Ben: of via www.bentekstschrijver.nl.
Dit interview is mede tot stand gekomen in verband met de zoekopdracht die VDH Executive in opdracht van de raad van bestuur van GGZ Centraal uitvoert naar een directeur behandelzaken voor de regio Flevoland. Voor nadere informatie nodigen wij belangstellenden uit contact met ons op te nemen via www.vdhexecutive.nl. Ook vindt u meer informatie via www.vdhexecutive.nl/vacatures.
 

 

Dr. Thea J. Heeren en Drs. Albert C. van Esterik vormen samen de raad van bestuur van GGZ Centraal. 


VDH Executive 
RŲellstraat 1
6814 JC Arnhem
Tel: 026 - 442 44 40
Fax: 026 - 442 27 66
E-mail:

reacties



Plaats een reactie
Van Der Hoef & Partners